 |
Witloof schoonmaken en bittere kern verwijderen |
 |
Gedurende 6 minuten blancheren in water met een snuifje
suiker en een klontje boter |
 |
Witloof afgieten en even laten afkoelen, het kookvocht
bewaren |
 |
De kipfilets heel fijn malen, vermengen met het ei en
op smaak brengen met peper, zout en nootmuskaat |
 |
De witloofstronkjes doormidden snijden en lichtjes uithollen |
 |
Opvullen met het kippengehakt |
 |
Omwikkelen met een sneetje spek, vaststeken met een houten
prikker |
 |
In een beboterde vuurvaste schotel schikken en gedurende 20
minuten in een op 200 °C voorverwarmde oven plaatsen |
 |
Ondertussen de fond en een gelijk deel kookvocht aan de kook
brengen |
 |
Voeg er een scheutje citroensap aan toe en kruid eventueel
met peper en zout |
 |
De saus binden met maïszetmeel dat opgelost is in een
scheutje melk |
 |
De fijngesnipperde kruiden mixen met de rest van de melk en
toevoegen aan de gebonden saus |
 |
Nu de saus niet meer laten koken |
 |
Opdienen met gekookte aardappelen en kerstomaatjes |