 |
Bestrooi de stukken konijn met zout en smeer ze daarna
in met mosterd. |
 |
Laat dit minstens een drietal uren staan |
 |
Vermeng 1 eetlepel bloem en drie eetlepels paneermeel,
strooi deze over de konijndelen en braad ze goudgeel. |
 |
Wanneer het vlees goudbruin is gebakken, voegt u een
gesnipperde ui en laurierblad toe. |
 |
Blus het geheel af met de rode wijn. |
 |
Laat het konijn nu gaar sudderen, tot het vlees
gemakkelijk los laat van de botjes ( een tot anderhalf uur). |
 |
Leg het gare konijn op een schotel. |
 |
Voeg wat uitgebakken blokjes spek en gebakken
champignons toe aan de saus. |
 |
Op smaak afmaken met wat zout en peper en een scheutje
room. |
 |
Opdienen met gebakken aardappelen en witlofsla. |